donderdag 18 maart 2010

Ook in de crisis doet de polder zijn werk

Door onze collega Danielle Mares

De economische crisis sleept zich inmiddels zo een anderhalf jaar voort. Het is moeilijk om nog vol te houden dat er sectoren zijn die niet te maken hebben met de gevolgen hiervan. Of het nu gaat om een verminderde vraag naar auto's of naar het dalen van de consumentenuitgaven in de detailhandel of horeca. Afgaande op de nieuwsberichten ligt de conclusie voor de hand dat op arbeidsvoorwaardelijk vlak CAO's ook moeizamer of niet tot stand komen. Uit een steekproef van 35 bedrijfstak CAO's die in 2009 afliepen blijkt echter dat slechts in 5 gevallen nog steeds geen akkoord is bereikt. De 30 CAO's die zijn afgesloten variëren in grootte en zijn niet in één economische hoofdsector in te delen. Van de vijf CAO's die niet zijn afgesloten vallen er drie in de handelssector. De CAO's in deze 35 bedrijfstakken liepen allemaal in de eerste helft van 2009 af.

In het afgelopen jaar zijn werkgevers en vakbonden uit de verschillende sectoren van het bedrijfsleven er dus goed in geslaagd met elkaar een cao af te sluiten. Meest bekende voorbeeld is de cao in de klein metaal, waarin sociale partners een afspraak maakten over extra vrije dagen, de zogenaamde crisis bestrijdingsdagen, in plaats van een loonsverhoging. Ook in de cao voor de Timmerindustrie is een soortgelijke afspraak gemaakt.

De neiging bestaat om dit voorbeeld als blauwdruk te gebruiken voor ander sectoren. Als de mogelijkheden om afspraken te maken over loon beperkt zijn, dan bieden afspraken over tijd een alternatief. Niets is echter minder waar. Wat deze crisis aantoont, zijn de verschillen tussen sectoren. Het invoeren van crisis bestrijdingsdagen is één van de alternatieven om op arbeidsvoorwaardelijk vlak de pijn van de crisis te bestrijden.

Een andere variant is om de kosten voor werkgevers te beperken door de premies voor de CAO-fondsen te verlagen of zelfs op nul te zetten. Dit gebeurde ondermeer bij de nieuwe CAO die voor de motorvoertuigen en tweewielersbranche is afgesloten. De werkgeversorganisatie BOVAG verwierp eerder het akkoord dat werkgevers in de kleinmetaal hadden bereikt met vakbonden waarin de crisisbestrijdingsdagen waren afgesproken. In februari 2010 kwam er een aparte CAO voor motorvoertuigen en tweewielersbranche tot stand waarbij de kosten voor werkgevers met name beperkt blijven door de heffing voor het scholingsfonds op nul te zetten. Vakbonden konden akkoord gaan omdat hierdoor wel een loonsverhoging mogelijk was. Ook in de gemengde en speelgoederenbranche maakt partijen een afspraak over verlaging van de premie voor het sociaal fonds. De keuze om tot een dergelijke afspraak te komen zal sterk afhankelijk zijn van de middelen die in het fonds aanwezig zijn en de wijze waarop lopende activiteiten kunnen worden gecontinueerd. Een tegengestelde ontwikkeling, namelijk om de premie voor een fonds te verhogen, komt evengoed voor. Voorbeelden hiervan zijn te vinden in de CAO voor de HISWA en voor de hovenierssector. De achtergrond voor deze verhogingen zijn ondermeer gelegen in het aanvullen van een ontstaan tekort in het scholingsfonds. Een probleem dat ondanks de crisis door CAO-partijen in de sector op deze wijze is aangepakt.

Zoals uit de steekproef blijkt is het niet afsluiten van een CAO ook een mogelijkheid die zich voordoet in tijden van crisis. De organisatiegraad van vakbonden en actiebereidheid van de leden speelt hierin een rol. Het onderhandelingsresultaat in de horeca, voor de CAO 2010, zou misschien minder snel zijn verworpen door de achterban van KHN als dat grootschalige stakingen tot gevolg zou hebben. Een tijdje zonder CAO is een optie die in de horeca niet wordt uitgesloten. In de schoonmaakbranche liggen de kaarten anders. Vakbonden weten op strategische schoonmaakobjecten zoals Schiphol en de perrons en treinen van de NS, de werkgevers behoorlijk onder druk te zetten om een CAO 2010 af te sluiten. De vraag is ook hoe het CAO-proces voor de gemeente ambtenaren verder gaat verlopen nu de acties van ambtenaren zich uitbreiden, minder publieksvriendelijk worden en ook een aantal gemeenten zich achter de loonvraag van de vakbonden hebben geschaard.

Kortom, CAO-partijen in sectoren maken verschillende keuzes in economisch slechte tijden, maar de keuzes worden wél gemaakt. De polder ploetert voort. De tijd zal leren of partijen de juiste keuzes hebben gemaakt. En mocht dat niet zo zijn, dan zal de oplossing ook weer vanuit de polder worden aangedragen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten