Door onze collega`s Giel Schikhof en Jan Aarts
In zijn nieuwjaarsartikel in Economisch Statistische Berichten (ESB) roept Chris Buijink op om de WW te verkorten om zo de arbeidsparticipatie in Nederland te verbeteren. De aanname is waarschijnlijk dat een kortere WW het gevoel van veiligheid bij medewerkers vermindert en daarmee activeert om sneller tot actie over te gaan. Dat past in het traditionele denken, waarbij sociale zekerheid een veiligheidsvoorziening is in het kader van het welzijn van mensen; het zorgdenken. Een dergelijke insteek werkt averechts. Willen we de arbeidsparticipatie echt verhogen, dan moeten we sociale zekerheid inzetten als investering in verhoging van onze welvaart. Een goede sociale zekerheid moet uitdagen tot arbeidsparticipatie en mensen verleiden om hun bijdrage te leveren aan de samenleving. Dat vereist een fundamentele herijking van het stelsel en een nieuwe kijk op sociale zekerheid. De centrale vraag is niet hoeveel geld we ervoor over hebben. De echte vraag is hoeveel maatschappelijk rendement het oplevert.
Uitgangspunt in een nieuw sociale zekerheidsstelsel moet zijn dat alle actoren hetzelfde belang nastreven. Dus zowel de overheid, als werkgevers en werknemers. Gezien de tekorten die in de komende jaren ontstaan op de arbeidsmarkt, moet ons er alles aan gelegen zijn om kwantitatieve en kwalitatieve fricties op de arbeidsmarkt tot een minimum te beperken. Dat gaat over de participatie van jongeren, ouderen en gehandicapten. Maar ook over de vraag hoe mensen te stimuleren tot carrièreswitches als het werk hun niet bevalt, of wanneer zij het werk als te bezwarend ervaren. Voor het oplossen van dergelijke fricties is een verkorting van de WW niet het juiste instrument. Het leidt ertoe dat mensen nog krampachtiger aan hun baan en hun verworven rechten blijven vasthouden. En dat leidt niet tot het wegnemen van fricties, maar juist tot een lagere dynamiek en dus meer verlies van arbeidspotentieel.
De kern van een nieuwe sociale zekerheid moet worden gebouwd rondom drie kernpunten. Een meer open WW, een financieel belang voor werkgevers om te investeren in employability van medewerkers en een financieel belang voor werknemers om optimaal te participeren. Er ontstaat dan een driepijler model.
Een meer open (basis) WW moet het gevoel van veiligheid voor medewerkers versterken: "als de nood aan de man komt dan heb ik een gegarandeerd financieel vangnet". Het gebruik van dat vangnet moet worden geminimaliseerd door de employability van werknemers optimaal te onderhouden van . Maar waarom zouden werkgevers daarin investeren? Op dit moment wordt vooral gedacht aan revenuen voor de werkgever in termen van het beperken van schade bij ontslag. Het werkt echter veel directer wanneer werkgevers een gedifferentieerde WW premie zouden betalen. Een WW premie die lager is naarmate medewerkers langer in dienst zijn. Dat beloont goed werkgeverschap. De derde component van het model ligt in het financieel belang van de werknemer. Voor de juiste balans is het noodzakelijk dat ook werknemers vanuit een geïndividualiseerde sociale zekerheidsrekening bijdragen aan hun WW-uitkering. Te overwegen valt om iedereen vanaf een bepaalde leeftijd – zeg 16 jaar - een “werkzekerheidsbudget” mee te geven. Hieruit kan de studie worden betaald. Mensen met een hogere opleiding zullen hun budget meer moeten aanspreken dan mensen met een lagere opleiding. Daar staat tegenover dat mensen met een lagere opleiding een grotere kans hebben op werkloosheid. In de actieve fase wordt er aan het budget gedoteerd. In geval van WW of andere vormen van inactiviteit, zoals ouderschapsverlof, zullen er middelen aan het budget worden onttrokken. Aan het einde van de levenscyclus kan het resterende budget worden aangewend voor aanvullend pensioen. Een dergelijke aanpak zorgt ervoor dat de beslissingen van individuen worden gericht op het maatschappelijk belang. Het zorgt ervoor dat iedereen dezelfde kansen krijgt. Met andere woorden, het geeft mensen meer mogelijkheden om de regie te voeren over hun eigen leven. In een verdere uitwerking is het mogelijk om ZZP’ers een plaats te geven, wat gezien de toenemende flexibiliteit op de arbeidsmarkt noodzaak is.
Het geschilderde model is een houtskoolschets. Naar onze mening moeten we streven naar nieuwe sociale zekerheidsarrangementen, meer dan naar het bijstellen van één element van het bestaande systeem. Alleen bij het ontwerpen van een dergelijk nieuw arrangement is het mogelijk om te komen tot nieuwe verhoudingen tussen overheid, werkgevers en branches, en burgers. Het ligt op de weg van de SER om het voortouw te nemen voor het ontwerpen van het nieuw sociale zekerheidsarrangement. Wij roepen de overheid en werkgevers- en werknemersorganisaties in de SER tevens op een nieuw "Lissabon-akkoord" te sluiten, waarin zij zich verbinden de randvoorwaarden te scheppen om de arbeidsmarktparticipatie met bijvoorbeeld 5% per jaar gedurende 5 jaar te laten stijgen. Laten we in elk geval niet in discussies verzanden over budgettaire besparingen op de WW, maar onze energie steken in het creëren van een nieuw perspectief waarin iedereen wordt uitgedaagd om zijn beste bijdrage te leveren aan de welvaart in ons land.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten